Paard naar de tandarts?

Gebitsverzorging bij paarden

Een goed functionerend gebit is erg belangrijk voor paarden, pony’s en ezels. Het voorkomt of lost rijtechnische problemen op en dient voor een goede vertering van het voer. Gelukkig zien ook steeds meer paardeneigenaren de toegevoegde waarde van tandheelkunde bij het paard. Vroeger werden tandheelkundige handelingen bij paardachtigen verricht op het moment dat er problemen waren. De technische mogelijkheden in de tandheelkunde bij paardachtigen zijn de laatste jaren echter sterk toegenomen.  … lees meer…Het is raadzaam de preventieve gebitsbehandelingen en -controles bij de jaarlijkse enting uit te voeren.

Paardachtigen hebben vergeleken met de herkauwers een minder efficiënt maag-darmkanaal. Voor een optimale vertering van het voedsel, dient het voer eerst opgenomen te worden in de mond. Het voedsel wordt door het gebit vermalen, waardoor de (planten)celwanden geopend worden. Door het openen van de (planten)celwanden kunnen de spijsverteringsenzymen in het maag-darmkanaal de voedingsstoffen in de (planten)cellen maximaal benutten. Op deze manier kan het paard het aangeboden voer omzetten in bruikbare bouw- en energiestoffen. Indien een paard zijn voedsel slecht kauwt, kunnen er in de mest duidelijke structuren van hooi, stro of haver aanwezig zijn. Een verminderde spijsvertering kan onder andere veroorzaakt worden door diarree, door zand en wormen in de darmen.

Rijtechnische problemen zoals hoofdschudden, het bit vastpakken en verzet, kunnen veroorzaakt worden door gebitsafwijkingen zoals emaillepunten op de kiezen van de bovenkaak. Deze emaillepunten kunnen zeer scherp worden, waardoor grote beschadigingen van het wangslijmvlies kunnen ontstaan

Laesies (verwondingen) van het wangslijmvlies door emaillepunten (haken)
Het kauwvlak van het gebit dient nagenoeg vlak te zijn indien men de mond inkijkt en het moet een lichte helling (ongeveer 15 graden) naar de buitenzijde (wang) hebben. Door deze bouw zijn de zijwaartse (en deels voor- en achterwaartse) kauwbewegingen van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak mogelijk. Op het moment dat het paard problemen heeft aan een kies en/of kaak zal het de betreffende kaakhelft minder gaan gebruiken, waardoor de helling van de kiezen zal toenemen (meer dan 15 graden). Er kan op deze manier een schaargebit worden ontwikkeld. Indien aan de voor- en achterzijde van het kauwvlak haken zitten, zullen de voor- en achterwaartse bewegingen beperkt worden. Hierdoor ontstaat er spanning in het kaakgewricht.

Wangslijmvlies verwondingen door emaillepunten Forse haak op voorste kies en een duidelijke “ridge” (ribbelvorming) op kauwvlak linksboven Fors schaargebit aan de rechterzijde

 

Wisselen
Het wisselen van de snijtanden en de kiezen varieert per paard, waarbij afwijkingen van een half jaar kunnen voorkomen. Door de variatie in het wisselen van de tanden is de leeftijdsbepaling aan de hand van het gebit een schatting. Een paard heeft zowel in de bovenkaak als in de onderkaak zes snijtanden. Alles wat er meer of minder zit, wordt als afwijkend beschouwd. Het wisselen van de snijtanden begint bij de twee binnenste snijtanden op een leeftijd van ongeveer drie jaar, de middelste snijtanden beginnen op ongeveer vier jaar te wisselen en de twee buitenste snijtanden op een leeftijd van ongeveer vijf jaar. Bij een volwassen paard zijn zowel in de onderkaak als in de bovenkaak twaalf kiezen aangelegd; zes kiezen per kaakhelft. In het melkgebit zijn er zes kiezen in de bovenkaak (3 rechts en 3 linksboven) en zes in de bovenkaak (3 rechts en 3 linksonder). Tijdens het wisselen van de melkkiezen groeien de ware kiezen vanuit de kaak naar de mondholte toe en duwen de melkkiezen en de doppen eruit. Doppen zijn restanten van de melkkiezen. De doppen op de voorste kiezen verdwijnen op een leeftijd van ongeveer tweeënhalf jaar, op de tweede kiezen op ongeveer drie jaar en op de derde kiezen op ongeveer vierjarige leeftijd. Op een leeftijd van respectievelijk ongeveer een, twee en drieënhalf jaar worden de drie achterste kiezen zichtbaar.

Wolfstandjes
Wolfstanden zijn kleine, rudimentaire kiezen (zonder functie) die voor de eerste ‘echte’ kiezen liggen. Ze wisselen in grootte en ligging, meestal liggen ze strak tegen de voorzijde van de eerste kies aan. Sommige wolfstandjes hebben wortels en andere wolfstandjes liggen los in het tandslijmvlies. De wolfstandjes bevinden zich over het algemeen in de bovenkaak, soms in de onderkaak. Wolfstandjes komen tevoorschijn op een leeftijd van ongeveer zes tot twaalf maanden, bij 30% van de paardenpopulatie. Kauwproblemen zijn er nooit door wolfstandjes. Rijtechnische problemen kunnen er echter wel door veroorzaakt worden. Bijvoorbeeld doordat het bit tegen de wolfstanden stoot. Op het moment dat er rijtechnische problemen zijn of men problemen met de wolfstandjes in de toekomst wil uitsluiten, worden de tandjes op de kliniek of bij de eigenaar thuis verwijderd.

Bron kliniek de Lingehoeve

Tags: , , , , , ,
Share: 0